geselecteerd als gefixeerd bericht

15 November 2006
By on 04:22
REACTIE & PROBLEMEN

30 April 2006
By on 15:01
NIEUWS

En weer een nieuwe vissoort in Nederland: de knorrepos
***********************************************
Nieuwe vissoorten uit den vreemde blijven Nederland overspoelen. Het RIVO (Instituut voor Visserijonderzoek in IJmuiden) meldt de vangst van de ‘Atlantic Croaker’ een Amerikaanse vissoort.

Nieuwe vissoorten uit den vreemde blijven Nederland overspoelen. Het RIVO (Instituut voor Visserijonderzoek in IJmuiden) ontving afgelopen najaar een tweetal ‘vreemde vissen’ van een beroepsvisser op het Noordzeekanaal. Bij nader inzien bleek het om de ‘Atlantic Croaker’, te gaan, een Amerikaanse vissoort die nog niet uit de Nederlandse wateren is gemeld.

Knorrende geluiden
De Atlantic Croaker Micropogonias undulatus is een vis, die sterk op een pos lijkt en bij aanraking knorrende geluiden maakt. Het RIVO heeft de vis dan ook omgedoopt tot knorrepos.
Deze typisch baarsachtige vis komt van origine voor langs de Atlantische kust van Noord-Amerika, van de noordelijke Golf van Mexico tot bij Nova Scotia, en kan tot 55 cm lang kan worden. Ze komen voor in kustwateren en estuaria, meestal op zandige of slibbige bodem, waar ze leven op een dieet van wormen, kleine kreeftachtigen en vis. De jonge dieren trekken dikwijls riviermonden binnen, waar ze zich voeden en opgroeien.

Commercixeble soort
De knorrepos wordt door de commercixeble visserij en door de hengelsport zeer gewaardeerd. In Amerika werd alleen al in 2000 12000 ton naar de afslag gebracht. De knorrepos is een langwerpige vis, met een relatief hoge rug en een afgeplatte buik, en doet daardoor sterk aan een pos denken. De flanken zijn bezet met zeer talrijke, kleine, zilverige schubben, waar een opvallende patroon van schuin achterover-hellende strepen overheen ligt. Bij aanraking maken de vissen een opvallend knorrend geluid, door de spieren rond de zwemblaas aan te spannen. Dit geluid vormt, naast de opvallende schuine streping, wellicht het belangrijkste kenmerk bij de herkenning in het veld.

Herkomst
De twee gemelde knorrepossen zijn beiden afkomstig uit het Noordzeekanaal, ter hoogte van de Amerika-haven. Ze zijn op 22 resp. 25 oktober 2004 in een fuik gevangen. Ze hebben een totale lengte van 16.4 en 17.2 cm, zijn van het vrouwelijke geslacht, en beiden nog niet geslachtsrijp geweest.
In Belgie aan de kust en in de Westerschelde zijn kortgeleden ook al twee knorrepossen gevangen. Men vermoedt dat de vissen uit Amerika hier terecht zijn gekomen met ballastwater van zeeschepen. Het RIVO stelt echter vast dat de twee Nederlandse knorrepossen in het Amsterdam-Rijnkanaal zelf zijn geboren. Het instituut vermoedt dan ook dat er nog meer vissen van deze soort rondzwemmen. Het RIVO vraagt zich verder af of er binnenkort ook grxf3te knorrepossen (>25 cm lengte, komende zomer toenemend tot 30 cm of meer) boven water komen, die mogelijk wel uit Amerika gekomen zijn, en afgelopen jaar voor jongen in het kanaal hebben gezorgd.


By on 08:16
WEDSTRIJDEN

WK Korpsen Zaterdag 10 & Zondag 11 juni
In dit weekend wordt het WK Korpsen georganiseert in Osijek in Kroatie.

EK Senioren maandag 19 t/m zondag 25 juni
In deze week wordt het EK Senioren georganiseert in de omgeving van Rieux in Frankrijk

Meerlanden Woensdag 5 t/m Zondag 9 juli
In deze periode wordt de Meerlandenwedstrijden gehouden aan de Arno in de omgeving van Florence te Italie

Jeugd Interland N/B/D/L Zaterdag 15 & Zondag 16 juli
Dit weekend wordt de Jeugdinterland tussen Nederland/Belgie/ Duitsland en Luxemburg ergens op locatie in Luxemburg georganiseert

Nk Zoetwaterhengelen Zaterdag 26 augustus
Vandaag organiseert de NVVS het NK Individueel Zoetwaterhengelen aan het Eemskanaal.

NK Junioren Zaterdag 2 september
Vandaag organiseert de NVVS het NK individueel Junioren aan de Workumertrekvaart bij Bolsward

WK Jeugd Maandag 11 t/m Zondag 17 september
In deze periode wordt het WK Jeugd georganiseert in Cabecao te Portugal

NK Clubs Zaterdag 16 september
Vandaag organiseert de NVVS het NK Clubs aan het Noord Hollandskanaal bij Spijkerboor

WK Senioren maandag 11 t/m zondag 17 september
In deze week wordt het WK Senioren georganiseert in Montemor-o-velho in Portugal.

NK Korpsen Zaterdag 30 september
Vandaag organiseert de NVVS het NK Korpsen aan het Lateraalkanaal bij Horn

18 juni organiseert Vos Hengelsport Almelo i.s.m. zijn wedstrijdteam en Shimano een 6-uurs K.O.C.-koppelwedstrijd aan het Twentekanaal (nabij Enschede, Lonnekerbrug Z.Z.) van 9-15 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 30 euro per koppel. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Info:NL 0546-814708.

8 en 9 juli organiseert Mondial-F i.s.m. de Verenigde Feedervissers Tisselt voor de tweede maal het internationale hengelfestival op het zeekanaal Willebroek-Brussel. Vissen: dag 1 van 10-18 uur, dag 2 van 9-17 uur. Inschrijfgeld 100 euro. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Info:B 0498-578224 of gino4@pandora.be

15 juli organiseert H.S.V. groot Ammers i.s.m. Cafxe9 Sluis het “Sluis Bokaal” in de Boezem/waterschap met vaste hengel en Vrije hengel in de Lek. Inschrijfgeld 20 euro. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Unfo:NL 0184-663067/06-48257039.

29 en 30 juli organiseert Shakespeare i.s.m. John Kooy en Sanders Hengelsport een 2-daagse individuele wedstrijd aan de Lage Vaart en Gooi en Eemmeer van 10-15 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 75 euro. Prijzen 8 KOC-tickets. Info:NL overdag 018-2382534, ‘savonds 035-6936680.

13 augustus organiseert HSV Schiedam i.s.m. Fish tales Sensas fishing team een K.O.C.-wedstrijd aan het Spui. Twee vakken. Hengelkeuze vrij. Hoofdprijs KOC-ticket. Info:NL 010-4730635/06-22016147.

8,9,10 september organiseert HV Ons Belang een 3-daagse KOC Viswedstrijd aan de Marshaven in Zutphen en de Veenoordskolk in Deventer (dag 1 en 2) en de Ijssel (Dag 3) van 9-15 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 70 euro. 2 KOC-tickets. Info: NL 0575-525337/522617/570167.

24 september organiseert HSV De Vrije Visser te Noordwijk een internationale koppelwedstrijd in de Ringvaart van de Haarlemmermeer van 9-14 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 40 euro per koppel. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Info:NL 071-3620113.

22 oktober organiseert HSV Schiedam i.s.m. Fish tales Sensas fishing team een K.O.C.-koppelwedstrijd aan de Brielse Maas. Hengelkeuze vrij. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Info:NL 010-4730635/06-22016147.

28 en 29 oktober a.s. organiseert de Vereniging Feedervissers Tisselt i.s.m. Beet een tweedaagse (Open) Koppelwedstrijd “De Drennan Sensas Beet Cup” aan het Zeekanaal Tisselt-Willebroek Belgixeb van 10-16 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 100 euro per koppel. Prijzen o.a. 4 KOC-tickets. Info:B +32(0)15-754340.

**********************************************************************************
FINALISTEN KOC 2007
B. Aufderhaar/Hardenberg, H. Baert/Utrecht, H. Bergman/Brielle, R. Borissza/Sliedrecht, J.v.Dam/Woerden, D. Dibbets/Groenlo, G. de Groot/Dellft, L.Koot/Warnsveld,E.v.
Otterloo/Harderwijk, H. Roskam/Oostvoorne, R. Slotman/Markelo ,
***********************************************************************************
Na een uiterst spannende finaledag mocht J.W. Plekkenpol zich de winnaar noemen van de finale van de King Of Clubs 2006 en van de fraaie Daihatsu auto.

Op donderdagmorgen waren er nog twaalf tot vijftien mensen die een goede kans maakten om de finale te winnen. Maar J.W. Plekkenpol wist opnieuw zijn sector te winnen en liet daarmee de overige deelnemers achter zich.

De slotavond in het Ramada Hotel stond geheel in het teken van de Blues Brothers, na de prijsuitreiking gingen direct de tafels aan de kant om plaats te maken voor het dansen. De feestavond liep door tot in de late uurtjes.

De nummers 1 tot en met 10 in de eindrangschikking:

1. J.W. Plekkenpol, 3 punten
2. Willem v.d. Helm, 4 punten
3. Arie Roubos, 5 punten
4. Ron Vermeulen, 5 punten
5. Bert van Gerven, 6 punten
6. Arnoud v.d. Stadt, 6 punten
7. Bert Aufderhaar, 7 punten
8. R. Sanders, 7 punten
9. William van Tongerloo, 8 punten
10. J. Gruis, 8 punten

24 April 2006
By on 18:46
WEDSTRIJD WATEREN

AARKANAAL
**********

Het Aarkanaal is een van de mooiste wateren in Nederland voor de witvisser. In het kanaal zijn vele vissoorten te vangen. De meest voorkomende vissoort is de voorn. Ook zijn er fraaie brasems te vangen en vele blieken. In de winter en in het voorjaar zijn het vooral de voorns die de target zijn bij de wedstrijden. Vooral op stukken waar het Aarkanaal door de dorpen loopt bijvoorbeeld in Ter Aar zelf, maar ook waar de oude Rijn en het Aarkanaal bijelkaar komen in Alphen aan de Rijn. De visserij is dan vooral gericht op het vangen van grote aantallen vissen, 100 vissen is dan beslist geen uitzondering.

De visserij is dan vrij simpel, het kanaal is gemiddeld 3 meter diep en is ongeveer 30 meter breed.
Normaal is er geen stroming maar bij veel regen kan het kanaal stromen door enkele gemalen die overvloedig water wegpompen.

Onder normale omstandigheden zijn dobbers zwaarder dan 1,0 gram op de vaste hengel absoluut overbodig. De kunst is om er zo secuur mogelijk te vissen als de omstandigheden toelaten. Kan je met een dobbertje van 0.5 gram een goede drift maken dan hoef je absoluut niet zwaarder. Voor het vissen op de voorns moet je proberen de dobber zomin mogelijk stil op de plek te houden. Het laten driften over de plek geef de meeste aanbeten en ook de beste aanbeten. Zwaar op de grond heeft dan totaal geen zin vooral omdat de visserij in het voorjaar gericht is op de voorns. De ideale afstand is 11 meter. Kom je verder uit de kant dan varen de bootjes (die er in de zomer zeer veel varen) over de voerplaats.

Ook kan men kort aan de kant veel vis, vooral voorns vangen. De lijndikte is wel van belang bij deze visserij. Ook hier is het weer zo; vis zo zo dun mogelijk als de omstandigheden het toelaten.

Tijdens wedstrijden met veel deelnemers is het in het midden van een parcours vaak moeilijk vis te verschalken. Onderlijnen van 6/00 millimeter is dan ook geen raar idee, zijn de vissen wat groter of bijt de vis erg goed dan volstaat een onderlijn van 8/00 ook. Een onderlijn dikker dan dit is absoluut te dik. Bovenlijnen van 10/00 zijn onder deze omstandigheden aan te raden.

Ook is aan te raden het vissen met elastiek in de eerste twee delen van de hengel. Onder de wedstrijdvissers is dit al bijna normaal. De afstelling van het elastiek is het belangrijkste, het elastiek mag er best een eindje uitkomen bij een maatse vis. Omdat het vissen met dunne onderlijnen daar absoluut aan te raden is moet je je elastiek daar ook op aanpassen. Een dunne onderlijn met dik elastiek die strak in de top zit gaat natuurlijk geheid mis. Daarom is het aan te raden om het elastiek niet te strak te monteren en vooral niet te dik te nemen. Elastiek nummer 4 is ideaal voor het vissen op voorn en brasem; vang je alleen voorn dan is nr 3 zelfs niet te dun. Haak je toch een brasem (vaak aan het einde van de wedstrijd) dan heb je genoeg speling om de vis toch te landen aan de dunne onderlijn.

De uitleg hierboven over de montage is natuurlijk niet van toepassing als ze aan het pompen zijn. Het Aarkanaal kan dan wel 3 a 4 gram stromen. Ook dan moet je lange driften maken over je voerplaatst. De vis aast ook dan gewoon door. Het gebeurt niet vaak dat het kanaal stroomt maar het kan voorkomen dus het is geen overbodige luxe om dit materiaal mee te nemen.

De haakmaten die je voor dit water het best kunt gebruiken zijn haken 16 tot 22. Aast de vis slecht dan is haak 22 absoluut het best met grotere formaten zijn de beten slechter en krijg je ook veel minder beet. Aast de vis goed dan zijn haken 20 en 18 aan te raden. Vang je alleen grote brasems dan is een haak 16 de juiste maat, veel groter hoeft niet.

Tussen het vissen in de winter en zomer zit natuurlijk ook in het Aarkanaal een groot verschil. In de zomer zijn er veel meer blieken en brasems te vangen. Pas dus ook de techniek daar op aan. De vissen azen ook veel beter in de zomer. Het beste aas zijn dan de casters (madepoppen) vooral op het bijvoeren van casters azen de vissen erg goed. Na elke twee driften een stuk of 10 caster bijvoeren is een sterk wapen. De vissen worden daardoor groter en gaan beter azen. Door het steeds bijvoeren in een bepaald ritme krijgen de vissen een soort van voedselnijd en de aanbeten en vangsten worden steeds beter.

Het grondvoer kan heel simpel worden gehouden in dit kanaal is het aan te raden om het voer niet te zwaar te maken. Hou het simpel en laat het voer een beetje werken met bestanddelen als kokos of hennep.

Ook met de Matchhengel is hier goed te vissen, op een meter of 5 van de overkant is het kanaal net zo diep als in de midden. Dat is dus ook de ideale afstand. Wat voor de vaste hengel geldt is ook zo voor de match, dus zo licht mogelijk vissen en met zo dun mogelijke lijnen en kleine haken. In de zomer is het echter moeilijk vissen met de match vanwege de grote hoeveelheden bootjes die langskomen. ‘s Morgens en’s avonds zijn dan de beste periode.

BRIELSE MAAS
************

De Brielse Maas is gelegen achter de vestingstad Brielle. Er wordt gevist op de locaties “Wijde Slik”,”Brielse Brug”, “Molenhaven” en “Kogeloven/Hondenkennel”.
Ook op de Brielse Maas moet je een keuze maken hoe en waar de te vangen is. De ene keer wordt er veel blankvoorn gevangen op de vaste stok; de andere keer dient er met de feeder op brasem gevist te worden. Gelet op de breedte van de Brielse Maas moet er, als de feeder gekozen wordt, een keuze gemaakt te worden of je ver uit de kant vist of niet.

Op de locaties Brielse Brug en Molenhaven kun je op sommige stukken een aardig stukje waden. Dit kan uiteraard alleen als het wordt toegestaan.
Gelet op de diepte is dit op de overige twee locaties niet aan te bevelen.
Op vaste hengel afstand, 12 meter, is de diepte vijf meter. Verder uit de kant wordt het al snel 6 to 8 meter diep. De keuze die je maakt met de feeder is een voerplek maken op een afstand van 20 of misschien wel op 70 meter.

Het visbestand bestaat uit brasem tussen de 1 en de 21/2 kilo tevens is er goed blankvoorn en winde te vangen. Bij slechte vangsten kan de baars ook uitkomst bieden.

Omdat de Brielse Maas regelmatig “doorstroomt” is het water bijzonder helder. Het lijkt erop dat er hierdoor bij helder weer veel voorn te vangen is en bij bewolkt weer veel brasem.

Wat betreft de bereikbaarheid hetvolgende: indie je de locatie Molenhaven loot moet je er rekening mee houden dat er een behoorlijk stukje gelopen moet worden. Een kar is dan zeker nodig. De overige locaties zijn makkelijker te bereiken.

KANAAL DOOR VOORNE
********************

Het Kanaal door Voorne loopt evenwijdig langs de weg naar Hellevoetsluis. Wanneer je langs het kanaal rijdt valt hierbij meteen de natuurlijke rietoevers aan beide zijde van het kanaal op.
Aan de zijde waar je mag vissen zijn vissteigers geplaatst; zo’n 150 in totaal.
De wedstrijd zal gehouden vanaf deze steigers

De diepte in het kanaal is onder de kant twee tot ongeveer zes meter op een afstand van twaalf meter uit de kant.
Het water is zeer goed te bevissen met zowel de vaste-, match- en feederhengel. De moeilijkheid van het water is dat je letterlijk zult moeten zoeken naar de vis. Zowel met de vaste stok op 12 meter als met de feederhengel tegen de overkant kunnen goede resultaten worden geboekt. Zelfs met een kort stokje onder de kant wil het vaak lukken.

Het visbestand bestaat voornamelijk uit brasem tussen de 1 a 2 kg en mooie blankvoorn.
Bij neerslag kan het kanaal door Voorne stromen.
Dobbers van drie gram en korven van 30 gram zijn dan ook geen uitzondering meer.

Over het te gebruiken voer kan je van alles vertellen. Uitgangspunt is dat je voor het Kanaal door Voorne je voer pas geheel klaar kan maken als je aan de waterkant staat.

Je auto kun je pal achter je parkeren. Hou er wel rekening mee dat alle wielen van de verharde weg af moeten. De busbaan dient volledig vrij gehouden te worden.

MADESTEIN DEN HAAG
*******************

Madestein is een rustig niet stromend water, alleen bij wind enige onderstroom.
Op dit water is het met licht en medium materiaal goed toeven.
In Madestein wordt er veelal gevist met de vaste hengel. Dit is een voor de hand liggende keuze, omdat er op enige plekken na de meeste vis op deze manier te vangen is.
Op een afstand van elf meter staat gemiddeld tussen de twee en de drie meter water. Er kan hier gevist worden met een 0.50 grams dobber tot 1,50 gram toe.
Als aas kan men made, casters, mais hennep en wormen gebruiken. Als men hier gaat vissen vergeet dan zeker niet om eens onder de kant te vissen, dit op zo’n twee tot drie meter uit de kant. Wanneer men alleen erop uit trekt dan is brasem vangen dichter tegen de kant aan geen uitzondering.
Toch zijn er ook plaatsen in Madestein die beter met de feeder kunnen worden bevist. De bekendste plaatsen zijn die plekken die tegenover de rietkragen liggen.
Het vissen met een medium feeder met een korf voorzien met een loodgewicht van maximaal 30 gram is ruim voldoende om de afstand te kunnen overbruggen. De resultaten zijn heel verschillend te noemen.
Wat voor Madestein wel over het algemeen van toepassing is, is dat de kant waar de wind opstaat over het algemeen meer vis vangt. Wanneer de brasem aast zijn brasems tot een gemiddeld gewicht van 2 kg een normaal verschijnsel.

Hoe is Madestein te vinden?
Komende vanuit Rotterdam de A20 aan te houden richting ‘s-Gravenzande/Hoek van Holland. Wanneer men bij het plein Westerlee aankomt de N213 volgen richting Naaldwijk, Poeldijk, Monster. Bij de dan komende rotonde gaat men driekwart rond en na ongeveer 1100 meter komt men op de Madepolderweg. Bij deze T-splitsing gaat men linksaf en na enkele meters zie je aan de rechterkant het partycentrum. Bij dit partycentrum is volop parkeergelegenheid en heeft men een goed overzicht van het park.

Vergunning:
Het park Madestein is een park onder Gemeentelijk beheer en is hier dus een Gemeentelijke vergunning nodig. Deze vergunning is te verkrijgen bij o.a. de bekende hengelsportzaak.
Parkeren is alleen toegestaan op de daarvoor bestemde parkeergebieden rondom het park.
Tevens is Madestein sinds kort opgenomen in de grote vergunning van Gravenhage

RINGVAART
**********

De Ringvaart van de Haarlemmermeer is reeds 150 jaar oud.
In 1852 is men begonnen met het droogleggen van de Haarlemmermeer wat tot de vorming van het huidige internationaal bekende topviswater heeft geleid.
Deze 67km lange vaart bevindt zich in de driehoek Amsterdam, Leiden en Haarlem.
Niet vreemd dat juist de lokale visverenigingen van deze drie plaatsen dit prachtige water beheren. Uitsluitend voor leden van deze vereniging is het toegestaan om met twee hengels te vissen. Op basis van de visakte is slechts een hengel toegestaan. Controles door Politie en controleurs van deze verenigingen worden regelmatig uitgevoerd.

Door de rondevorm, Ring, is het altijd mogelijk om met de rug naar de wind toe te vissen.
De binnenzijde van de Ringvaart kent een rondweg waardoor je goed op alle stekken kunt komen.
De buitenring is grotendeels vol gebouwd en moeilijk toegankelijk. Slechts enkele stukken zijn ook van die kant goed bereikbaar. Deze zijn te klein om wedstrijden op te kunnen vissen.

De gemiddelde diepte van de Ringvaart is + 2,4 meter en is doorgaans tussen de 40 en 50 meter breed.
Het water is ook voor minder validen goed toegankelijk en geschikt voor zowel de vaste stok als ook de Winkle Picker en het Feedervissen. Dit boezemwater staat in directe verbinding met grote binnenwateren als het Noordzeekanaal, Oude Rijn etc.
Rondom de Ringvaart zijn diverse recreatiemeren gelegen, welke naast uitstekende visstekken ook veel andere watersport aantrekken. Bekende voorbeelden zijn de Kager Plassen, de Braasemermeer, de Westeinder plas, het Nieuwe Meer en de Molenplas. Het traject Kaag (Leiden), tegen de klok in, richting het Nieuwe Meer (Amsterdam) is dan ook een behoorlijk drukke vaarroute. Tijdens het weekeinde en de zomervakantie is het een af en aan varen van vele plezierjachten. Gelukkig komt deze stroom van watersporters pas rond een uur of 10 in de ochtend op gang.

Om niet nader te verklaren redenen blijkt de Noordoost zijde van de Ringvaart veel drukker bevist dan de Zuidwest zijde. Ook op dagen dat je dit aan de hand van de windrichting niet zou verwachten.
Bekende wedstrijdparkoersen zijn het stuk van Aalsmeer tot aan Schiphol, Badhoevedorp via Lijnden naar Zwanenburg en de Molenplas.
Deze laatste is ook wel bekend onder de naam ‘t Gat van Vijfhuizen. Kenners kunnen op deze plas zomer en winter door grote Brasem vangen. De plas bevat enkele diepe putten alwaar de vis zich gedurende het koude seizoen verzameld.
Een evenzo succesvolle situatie vindt men in de buurt van de vele woonarken. Ook hier blijft de vis vaak de gehele winter actief.
Op dagen na hevige regenval staan de gemalen voluit te pompen wat een behoorlijke stroming teweeg kan brengen. Dobbers tot 5 gram en korven tot wel 60 gram zijn hier dan geen uitzondering. Incidenteel worden zelfs vissers waargenomen die de hengel rechtop hebben staan. Deze sterke stromingsmomenten duren een paar uur waarna de rust weer terugkeert.
De belangrijkste sportvis van de Ringvaart is ongetwijfeld de Brasem waarbij exemplaren van ruim boven de 50 cm geen uitzondering zijn. In de wintermaanden staan de jachthavens bekend om hun goede voornbestand.
Naast Brasem en Voorn wordt er ook regelmatig op Karper en Snoek/Snoekbaars gevist.
De Hoofdvaart welke de Noord-Zuid verbinding binnen de Haarlemmermeer vormt is helaas geprivatiseerd. Roofvissen op dit water is daardoor verboden.

ARKERVAART BIJ NIJKERK
**********************

De Arkervaart is een van de weinige wateren in Nederland waar nog niet met de feeder word gevist maar alleen nog maar met de vaste hengel.
Veel wedstrijden worden er gevist met maximale hengellengte van 11 meter. Hierdoor is er nog veel vis te vangen aan de kant en hoef je niet verder uit de kant te vissen met bijvoorbeeld de feeder. De vangsten zijn veelal nog goed met de wedstrijden.
Men wil de arkervaart vrij houden voor het vissen met de vaste hengel daarom worden er eigenlijk geen wedstrijden gehouden voor de feeder.

Het viswater loopt vanaf de randmeren tot in de binnenstad van Nijkerk. Het is een stilstaand water. De diepte varieert van 2,5 meter tot 4,5 meter. Aan allebei de kanten van het water mag je vissen mits je een dagkaartje koopt. De dagkaartjes kan je kopen aan het water als de controleur langskomt.
Verstandiger is het om direct even naar hengelsportcentrum Hollander en Hengelsport Veer, beide in Nijkerk, te gaan voor het kopen van een dagkaart.
Als de politie de controleur van de vereniging voor is en je hebt nog geen dagkaart loop je flinke kans een boete te krijgen.
Je kan dus beter niet te wachten op een controleur van de vereniging voor het kopen van een dagkaart.

Aan de ene kant loopt er een weg langs het water, hier moet je zitten met westen wind, aan de overkant loopt alleen een fietspad daar zit je met oosten wind ideaal.

De oostelijke oever is over het algemeen dieper dan de westelijke oever. De bodem is een leembodem en over het algemeen vlak (op een paar plaatsen na). Het vissen in De Arkervaart is sinds een jaar of 7 geleden erg veranderd. De sluis is toen verbreed en daardoor kunnen grote zandschepen door de Arkervaart komen.
Gemiddeld komen 5 a 6 boten per dag door de Arkervaart behalve na 12 uur ‘s middags en op zaterdag en op de zondag dan is de sluis gesloten. Het vissen is op die tijden dan ook het best.

De visserij tijdens de wedstrijden is vooral gericht op het vangen van bliek en brasem ook zijn er wel voorns te vangen. Wil je wedstrijden winnen moet je over het algemeen toch wel 15 kilo vangen.

De laatste jaren zijn de vangsten ook hier achteruit gegaan. Om toch nog een leuk netje vis te vangen moet je zeer secuur te werk gaan op dit water. Het is belangrijk om een voerstek aan te leggen die zo smal mogelijk is. Een grote voerstek is niet goed op dit water omdat de vis dan veel te gespreid op de plek ligt. Als je een secure stek aanlegt dan hou je de vis centraal onder de hengel.
Omdat er al veel water staat onder de top hoef je niet met een lange opslag te vissen, zeker niet in het begin. Bijvoeren met voer werkt absoluut niet in dit water; het beste is om af en toe wat maden of caster te voeren.
Als je dit in een bepaald ritme doet dan gaat de vis steeds beter azen en word er vaak ook grotere vis gevangen. Als je gaat bijvoeren met voerballetjes dan blijf je veelal kleine bliek of voorn vangen. Met de wedstrijden is het toch van belang een aantal brasems te vangen.

Het materiaal dat je hier het best kunt gebruiken:

Dobbers van maximaal 1,5 gram voldoen. Als de omstandigheden toelaten dan is het beter om met dobbers te vissen die een slag kleiner zijn. Vooral als de vis slecht bijt dan moet je met niet al te zware dobbers vissen. Dobbers van 0,7 of 0,8 zijn dan absoluut niet te secuur. De lijndikte voor de bovenlijn is 10 of 12/00.
De onderlijnen die bij wedstrijden gebruikt worden varixebren van 6/00 tot 10/00. Als de vis goed bijt kan er het beste met een onderlijn van 10/00 worden gevist.
Maar meestal bijt de vis voorzichtig en zijn onderlijntjes van 6/00 of 7/00 een aanrader. Ook hier moet de afstelling van het elastiek dan wel goed zijn. Elastiek met een dikte van 0,8 tot een 1,0 is het beste. Het bevestigen van het elastiek in twee delen is een must, door het elastiek slap af te stellen kan je de schokken van de brasem opvangen als je met een dunne onderlijn vist. Het is echt van belang dun te vissen. De vis is erg gedresseerd. Secuur vissen breng veel meer vis op de kant dan het zogenaamde “leunen” zoals het in de steun vissen ook wel word genoemd. Ook is de haakgroote van belang, persoonlijk geef ik haak 20 op dit water de voorkeur. Dan wel een stevige haak 20. Meestal vis ik daar toch met 1 enkele made of caster op de haak. Twee voermaden werkt vaak ook goed. Is er veel vis op de stek aanwezig (wat vaak het geval is als je alleen zit te vissen) volstaat een haak 16 ook prima. De vis is vaak in het begin van de visdag erg voorzichtig met azen. Het aas moet dan ook niet te ver op de grond aangeboden worden. Staande haak (haak net tegen de grond) is dan vaak de beste methode. Heeft de vis zich eenmaal op de stek gevestigd dan is het beter om het aas stil aan te bieden. 15 centimeter op de grond mag dan best. Ook geeft het wel resultaat om het laatste loodje net tegen de grond te leggen. De bodem loopt op de meeste plaatsen wat af, je kunt dan mooi het loodje tegen de bodem trekken. Dit geeft over het algemeen mooie aanbeten.

Als men een wedstrijd vist worden de aanbeten naarmate de wedstrijd vordert steeds zuiniger, de vis gaat steeds verder van het voer af. Laat de dobbers met de onderstroom meedrijven tot het uiterste puntje van je stek, vaak krijg je daar nog aanbeten. De opslag met een meter verlengen werk dan ook vaak erg goed. Maar het is maar tijdelijk, maak niet de fout om dit te vroeg te doen, want de vis krijg je niet meer terug “onder de top”.
Het laatste uur kan je zo wel doorbrengen, vaak van je dan nog wel een paar extra (bonus) brasems. Dus absoluut niet te vroeg beginnen met achter de top te vissen want als er een grote boot langskomt dan gaat je voer steeds verder liggen en krijg je uiteindelijk geen beet meer.
Zoals nu wel duidelijk zal zijn, is het een zeer secure visserij.
Als laatste tip wil ik je meegeven dat je het voer niet te grof moet maken. De vis eet zich dan snel vol en aast niet meer. Hou het voer fijn.

De Arkervaart is een van de mooiere viswateren om een dagje te gaan vissen. De vangsten zijn dan goed. Ik hoop dat je wat aan mijn tips zult hebben. Maar ik denk dat uw visdag wel goed zal zijn als u op dit water komt vissen


By on 17:59
ALEX VIS PLEKJE

21 April 2006
By on 10:18
MATCHVISSEN

De Hengel

De hengel is meestal tussen de 3.90 & 4.50 meter, verder zitten er een groot aantal hoogstaande ogen op. Verder kan er een versneden top op zitten zodat men met nog dunnere lijn kan vissen (b.v. 12/00 hoofdlijn)

De Molen

Een snelle molen met een hoge indraaisnelheid is aan te bevelen, omdat men na elke inworp een paar snelle slagen moet maken om het uit te staande lijn onder water te krijgen. Een molen met een ondiepe matchspoel is aan te bevelen omdat we met 12/00 tot 16/00 vissen. Een slip kan noodzakelijk zijn als uw henm gebruikt, vvelen doen echter de molen van de antiretour af en draaien gecontroleerd lijn af als de vis er vandoor wil gaan.

Hoofdlijn

Een zinkende hoofdlijn van 12/00 tot 16/00 nylon volstaat. De lijn moet zinkend zijn omdat de dobber anders, door de druk die op het uitstaande lijn staat, versneld wegstroomt. De lijn moet meestal om de zoveel tijd echter welontvet worden.

Dobbers

Straight wagglers en Bodied waglers volstaan voor de hierboven genoemde wateren. Een straight waggler is een rechte dobber zonder extra drijflichaam onderaan, een bodied waggler heeft dit dus wel. Dan heb je nog een voorgelode pennen, op deze wagglers is door de fabrikant al een deel verzwaring toegevoegd in de onderkant van de pen. Dit gooit mooier en als je b.v. 5 uit dezelfde serie hebt die allemaal zo zijn voorgelood ( dat er nog b.v. 1 gram op de hoofdlijn moet), dan hoef je alleen de dobber maar te ontkoppelen en doe je er een zwaardere of lichter waggler aan. Hier zijn overigens aparte connectors voor te krijgen.

Vistechniek

De truc is om het lood zo op de lijn te zetten dat het bij het ingooien niet in de knoop komt. Het lood word op de lijn gezet van klein naar groter, gezien vanaf de haak. De ruimte tussen de loodjes wordt hierbij steeds ongeveer 2 keer zo groot. Bij de waggler op de tekening is de dobber ingesloten door loodhagels, de kleintjes dienen om verschuiven tegen te gaan, meestal bevestigingen we een waggler met speciale connectors.
We voeren b.v. op een afstand van 35 meter uit de kant in een driehoek. Op zo’n afstand kun je niet, zoals met de vaste stok, op precies dat ene plekje vissen waar al je voer ligt. En als je driftend vist, heb je een langere voerplek nodig. De snelheid van het driften bepaal je door de sleep lood die op de bodem ligt en de ruimte tussen dobber en loodjes.
Voor het gemakkelijk steeds terugvinden van je voerplek zijn er speciale markeerstiften op de markt. Er zijn goedkopere alternatieven, zoals autobandstiften, maar dat gaat sneller van je lijn af dan die speciale stiften. Je gooit in op de jouw gekozen plek, voer daar bij in een driehoek, markeer de lijn vlak voor de spoel en vissen maar……………..
Afhankelijk van hoe wilt vissen knijpt u een SSG-loodje (1.68) bij het onderste verklikloodje op de haak. Uw overlood op deze manier dus gewoon de matchdobber. Uw schuift net zo lang met de pen tot hij net met een puntje bovenkomt. Vaak wordt tijdens het vissen de dobber nog vaak wat dieper gezet om de dobber langzamer te laten driften over de bodem. Bij een vuile bodem of als u op voorn wilt vissen, kunt u beter uitloden op de haak en dan de dobber iets ondieper zetten na het uitpeilen om de bodem niet te raken bij het driften. Bij vuile bodem kan ook zoveel lood op de bodem worden gelegd zodat de matchpen niet wegdrift en dus ook geen vuil pakt.
De werptechniek is dezelfde als met de feeder: hengel tegen je voorhoofd tussen de ogen. Zorg ervoor dat je dobber ongeveer 75 cm xe1 een meter van je hengeltop is verwijderd. Rem de lijn op de spoel af met je wijsvinger op de spoel net voordat de dobber het wateroppervlak raakt. Zo strekt de lijn zich en schiet het lood voorbij de dobber en als hij het wateropvlak raakt niet in de war

11 April 2006
By on 15:17
FEEDERVISSEN

Feedervissen algemeen
********************
Witvissen is en blijft de meest populaire tak binnen de hengelsport en dat is geen wonder want witvis zwemt zo’n beetje in elke sloot, plas of rivier in Nederland. Gebruikte men vroeger enkel en alleen een vaste hengel om voorn, brasem, zeelt en ga zo maar door achter de vinnen aan te zitten dan heeft de moderne sportvisser heeft heel wat meer technieken voor handen ! Omdat je met de vaste hengel toch beperkt was in de te bevissen afstand kwam de feederhengel als geroepen. Een lange werphengel van het liefst een dikke drie meter om het aas veel verder te werpen. In het bovenste deel van de hengel kunnen verschillende toppen worden gestoken, afhankelijk van het werpgewicht en de lijndikte. De toppen die bij de hengel verkocht worden zijn vaak voorzien van een kleur. Er wordt veel met de kleuren rood, oranje en geel gewerkt. Deze kleuren staan voor een bepaalde stugheid van het topeind. Op de wat duurdere hengels staat ook vermeld welke gewichten maximaal geworpen mogen worden.

Het feedervissen in al haar facetten is uit de moderne hengelsport gewoon niet meer weg te denken, vooral bij het wedstrijdvissen en de resultaten spreken voor zich. Het spreekt voor zich dat men voor deze techniek het juiste materiaal bij de hand moet hebben. Deze keuze wordt bepaald door het viswater, de weersomstandigheden, de visstand. Verder is het altijd een goede zaak om de dingen niet al te ingewikkeld te maken en een montage te gebruiken zonder al te veel toeters en bellen. Zorg er altijd voor dat alle elementen volledig op elkaar zijn afgestemd.

Feeder vissen doe je met een werphengel en een voerkorfje. Dit is een korf van draad of kunststof waarmee je een portie lokvoer direct bij je haakaas op de bodem kunt brengen. Het voerkorfje zit met een zijlijn vast aan de hoofdlijn. De korf is zo bevestigd dat die kan schuiven over de lijn. Hoe zie je dat je beet hebt: Je ziet dat je beet hebt wanneer je top beweegt. Je top kan bewegen doordat je ingooit en de lijn strak draait de top staat zo ietsjes krom gespannen staat als die gaat bewegen heb je beet en haak je de vis.

Een tijdlang heeft het erop geleken, dat de Engelse methode van witvissen, die toch ook in de onze laaglanden langzamerhand begon door te sijpelen, voorbehouden zou blijven aan een handvol fanatieke hengelaars. Waarschijnlijk wordt deze vorm van visserij xe9xe9n van de meest populaire vormen van vissen, omdat het zo’n spectaculaire bezigheid is. Bijna elke vis is er mee te vangen, behalve de actieve en voorzichtige soorten zoals de snoek en de snoekbaars.

***********************************************************************************

Materiaal: Korf
************
Voerkorven zijn in drie groepen in te delen, namelijk:

open voerkorven, aan beide zijden open.

gesloten voerkorven, aan beide zijden gesloten.

half open korven, slechts aan xe9xe9n zijde open.

In principe bestaat de voerkorf uit een, metaalgaas vervaardigd hulsvormig lichaam verzwaard met een loodstrip. Er zijn ook voerkorven met een plastic lichaam. Een belangrijk verschil tussen een open plastic voerkorf en een gaasfeeder is dat de eerstgenoemde tijdens het binnendraaien gemakkelijker van de bodem loskomt, als de aan alle kanten open gaasfeeder. In stromend water gebruik is het advies om minimaal een korf met een gewicht van 60 gram. Hiervoor gebruik je dan de medium feeder, dit om het gewicht goed te kunnen dragen en je hebt de mogelijkheid om ver te vissen.
Is er meer dan 80 gram nodig, tot zeker 100 gram, dan ga kan worden overgegaan op de heavy feeder. Sommige heavy feeders kunnen aardig wat gewicht wegzetten tot zeker 150 gram, heb je nog meer nodig dan kan de “ultra heavy” gebruikt worden. Hiermee kan je met sommige feeders, tot 200 gram wegzetten. Uiteraard vis je dan niet verder dan ongeveer 30-35

***********************************************************************************

Peilen met de feeder
*****************
Korf inwerpen en tellen tot de korf de bodem raakt. Het tellen doe je vanaf 21, dus xe9xe9nentwintig, tweexebntwintig, driexebntwintig enz…

Hou rekening met het gewicht van de korf, hoe zwaarder de korf hoe sneller de korf op de bodem is.

Hierna de korf langzaam terughalen, door naar de top te kijken kan je de bodemstructuur vaststellen. bv. diepte en kuilen.

Zo ga je terug tot ongeveer 20 meter.

Is het peilen gebeurd dan ga je terug naar de afstand die je wilt vissen, lijn achter de lijnclip vastzetten, een vastpunt aan de overkant van het water aanhouden erop richten en vissen maar.

***********************************************************************************

Inwerpen
********
Omdat het een vrij nieuwe visserij was en veel mensen wat sceptisch over deze hengel waren, duurde het vrij lang voordat deze grandioze vorm van “witvissen” voet aan wal kreeg. Het is eigenlijk een veredelde vorm van hoe men vroeger op de paling viste. Men werpt de paternoster in , draait de lijn strak en wacht op de registratie op de top. De kunst is nu om die onderlijn te maken die past bij de omstandigheden waarbij men vist. De feeder kun je ook fantastisch gebruiken bij de visserij op paling. Een geweldige ervaring om die hengel tekeer zien gaan bij de aanbeet van een grove paling. Het dunne topje zorgt ervoor dat de vis bijna geen weerstand voelt bij de aanbeet. Wat wel gezegd dient te worden is, dat je rekening moet houden met de rek in lijn. De afstand waarbij de haak gezet moet worden is aanzienlijk vergroot en dit kan de nodige problemen geven.

Als je meer dan 80 gram nodig heb kan je het beste je korf een meter stroom opwaarts gooien, waardoor de korf na het uitrollen voor je blijft liggen. Zo kan je toch een voerplek aanleggen. Om een beter idee te krijgen wat hiermee bedoeld wordt, voor het vissen ga je eerst een paar keer proef gooien, met een korf die genoeg lood met zich meedraagt waardoor de korf blijft liggen. Nu moet je recht vooruit gooien en opletten waar je korf blijft liggen, is het bijvoorbeeld 3 meter rechts van je, dan houdt dat in dat je ook 3 meter stroom opwaarts moet gooien zodat de korf voor je blijft liggen.

Je kan natuurlijk ook een zwaarder korf gebruiken, maar dit houdt wel in dat je zwaarder vist, en dat je ook een gepaste hengel moet gebruiken die het lood kan wegzetten, Natuurlijk moet je ook je lijndikte aanpassen. Hoe zwaarder de korf, hoe dikker je tuig.


***********************************************************************************

Materiaal: lijnen
**************
Bij het feederen in stromend water gebruik je een hoofdlijn van minimaal 22/00 met een voorslag van 25/00. De dikte van je hoofdlijn is belangrijk, aangezien het gegeven, hoe dunner je hoofdlijn hoe minder druk de stroom op je lijn uitoefent. De lengte van de voorslag hou je op ong. 2x de hengellengte. De voorslag hou je dikker dan de hoofdlijn, dit v.w. het gewicht van de voerkorf.
De vislijn die wordt gebruikt moet altijd in de juiste verhouding zijn met de hengel die gebruikt wordt. Dus het volgende ezelsbruggetje kan aangehouden worden: “Op een Light Feeder altijd dunnere lijnen gebruiken en op de “Heavy Feeder” dus dikkere lijnen (en dus sterkere). Dit heeft tot logisch gevolg dat op een heavy feeder ook vaak een zwaardere molen gemonteerd zal worden.
Aan de speldwartel kan een feederkorf of wartellood gemonteerd worden. De hoofdlijn en de onderlijn worden via “lus-in-lus” met elkaar verbonden. Kan zowel dienen voor het vissen met klassiek nylon als met een gevlochten lijn.

Het is bekend dat er op de markt de gevlochten lijnen te koop zijn onder de naam Dyneema. Veel groothandels brengen onder verschillende namen bepaalde lijnen op de markt. In het begin waren deze lijnen zeer duur en vaak van slechte kwaliteit. Je bent er of helemaal gek van of je bent een geboren tegenstander. Bij verkeerd gebruik kan het je heel wat vis kosten. De rek in deze lijn is vaak nihil waardoor de vis tijdens de dril zichzelf los kan trekken omdat er geen rek in de lijn zit die de klappen van de vis opvangt. Bij een goed hengelgebruik vinden de meeste vissers het ideaal omdat de beetregistratie perfect wordt doorgegeven en de lijndiameter veel dunner is dan de monofyllijnen van dezelfde trekkracht. Dus wel opletten !! Vis je met gevlochten/gesmolten lijn, dan moet je bij een aanbeet niet “slaan” maar “aantikken”. Je hebt namelijk direct contact met je voerkorf.

Tegenwoordig wordt veel gebruik gemaakt van een “Powergum systeem”. Het powergum systeem is een stuk elastiek van 20/25 cm waar je voerkorf aan hangt. Groot voordeel van dit systeem is, dat de powergum de eerste klap opvangt bij het ingooien. Hoe zwaarder de korf, hoe meer je het voordeel merkt bij het ingooien. Een ander voordeel van de powergum is dat je geen voorslag meer nodig hebt.

Er zijn verschillende methoden om de voerkorf of werplood en haaklijn te monteren.

Schuivende montage

Bij deze montage loopt de hoofdlijn vrij door de wartel van het lood of van de voerkorf. Op dagen dat de vis goed “los” is, zal deze eenvoudige methode veel vis op de kant brengen.

Vaste montage

Het lood of voerkorf wordt nu direct op de hoofdlijn of aan een vast zijlijntje geknoopt. De aanbeet gaat nu niet via een wartel maar direct naar de hoofdlijn en is dus preciezer dan de andere methodes.

***********************************************************************************

Materiaal verscheidenheid
**********************
De huidige “feeder hengel” is globaal te verdelen in twee verschillende uitvoeringen: de “Swingtip” en de andere de zogenaamde “Quivertip”.

“Swingtip”:

een top wordt met behulp van een rubber slangetje aan de hengel gemonteerd. Bij een beet “swingt” de top dan naar voren of naar je toe. Voordeel hiervan is dat er weinig weerstand ontstaat, en je dus heel licht kan vissen.

“Quivertip”:

een versmalling in de top van de hengel die er voor zorgt dat de hengel eenvoudig omboog en daarom een betere beetregistratie geeft. De Quivertip zit meestal vast aan de hengel gemonteerd en er bestaat geen geen mogelijkheden om van top te wisselen.

Bij deze soort hengels worden meestal twee of drie quivertips geleverd. Het is de bedoeling dat men door de juiste keuze van de quivertip een zo best mogelijke beetregistratie krijgt. Een bepalende factor is de strakheid van de quivertip. Het spreekt voor zich dat een tip uit carbon strakker zal zijn dan een tip uit glasvezel. Verder zal het tapse verloop (van dik naar dun) ook bepalend zijn voor de gevoeligheid. Men kan de strakheid eenvoudig testen door het topoog tussen duim- en wijsvingers te nemen. De quiver die het meeste doorbuigt is de minst strakke. Het is de manier van aanbijten en de heersende visomstandigheden (grote vis, kleine vis, wind, stroming.) die mede zullen bepalen welke quivertip we monteren.

Een Winckle picker:
Dit is een hengel voor op witvis waar men op de top vist zonder dobber. Men maakt dan ook gebruik van een voerkorf en vist hiermee op dezelfde plek, waardoor vaak meer en zwaardere vissen mee gevangen wordt. Deze hengels hebben een zachte verwisselbare top die dient als beetregistratie met een gemiddeld werpvermogen van 10 tot 30 gram.

een werphengel met een top/parabolische actie.
hengeltechniek wordt ook wel “pickeren” genoemd.
Winckle pickers hebben losse topjes met een actie van 1 tot 2 ounce.
Winckle pickers worden veelal gebruikt in combinatie met een zogenaamde voerkorf. Dit zijn lichte korven tot hooguit 35 gram Voordeel is dat het lokvoer direct bij het aas ligt. En als steeds op dezelfde plek de voerkorf wordt gegooid, kan een mooie gedoseerde voerplek gemaakt worden.
De winckle pickers heb je in de maten: 2.40 mtr t/m 3.0 mtr.
Een winckle picker gebruik je het best op stilstaand water of zacht stromend water en gooi je gemiddeld zo’n 15 meter uit de kant.
Een Feeder hengel:
Dit is een hengel voor het vissen op witvis, hiermee wordt hetzelfde gevist als met een Winkle Picker echter zijn deze hengels langer en bezitten ze een groter werpvermogen. Dit is bedoeld om ook te kunnen vissen op kanalen of rivieren zonder dat de stroming de voerkorf verplaatst van de visstek. Deze hengels hebben een gemiddeld werpvermogen van 40 tot 100 gram.

Feeders zijn er met vaste en losse topjes, van 1,5 tot 3 ounce. Zo heb je ook nog heavy feeders waar je tot 4 ounce actie kan gaan.
gebruik op stromend water of wanneer je ver van de kant moet vissen.
Men kan feederhengels al naar gelang werpvermogen en lengte als volgt indelen 3 categoriexebn;

De voorslag.

Als u besluit met gevlochten lijn te vissen, is het handig en verstandig om een voorslag te gebruiken. Deze voorslag bestaat uit nylon van 0,26 tot 0,31 mm, dus een beetje afhankelijk van de afstand die men wil/moet werpen en het gewicht van de korven. Voor de lengte van deze voorslag kunt u als vuistregel 2 maal de hengellengte aanhouden.

Aan deze voorslag kunt u ook probleemloos de onderlijn en de voerkorf monteren. Daarover later meer. Er zijn verschillende methodes om de molenlijn met de voorslag te verbinden, het belangrijkste hierbij is dat er een egale centrische knoop wordt gelegd waardoor er weinig tot geen weerstand of hakende werking bij het inwerpen ontstaat.
1) Je legt een knoop in je nylon voorslag.

2) Steek de dyneema door de knoop. (knoop openhouden & niet aantrekken!)

3) Wind het dyneema 10 maal om de voorslag van de knoop af.

4) Wind dan het dyneema 6 maal om de voorslag naar de knoop toe(over de andere heen dus).

5) Het uiteinde doe je door de knoop.

6) Bevochtig de knoop & trek beide uiteinden aan. De uiteinden wijzen in dezelfde richting & geven geen problemen met het inwerpen.
De albrightknoop is in feite geen echte knoop doch eerder een strop. EN heeft verschillende voordelen :

De (dunne) gevlochten draad wordt niet in het nylon getrokken. De knoop (strop) is dun in verhouding met andere aanzettingsknopen daar de (dikke) nylon enkel wordt dubbel genomen en niet wordt geknoopt zoals bij de meeste andere voorslagknopen. Met dank aan Jozef Rayen.Montages

Light feeder (voor lichte korven, tot ca. 40-50 gram)
Medium feeder (voor de wat zwaardere korven, tot ca. 70-80 gram)
Heavy feeder (voor de zware korven tot ca. 100-120 gram)

**********************************************************************************

Loodlifters
*********

Een aasaanbieding waarbij een drijvend object de taak krijgt het aas boven de bodem te houden .Dat kan een speciaal vervaardigde loodlifter zijn , maar ook een stukje kurk , balsa hout , of gewoon een deel van een oude dobber . Zo bestaat er ook een kneedbare substantie met hoog drijfvermogen “flotabait” waarvan men een klein balletje om de lijn kan kneden , en deze zo drijvend maakt . Zelf ben ik niet echt een voorstander van al die extra spullen op mijn lijn , maar vermeld ze hier volledigheidshalve . Iets met extra drijfkracht dicht bij de haak lijkt me in dit geval veel beter .

10 April 2006
By on 19:35
AAS SOORTEN

BROOD
Brood is xe9xe9n van de oudste lokazen, en bijna elke vissoort lust het wel, voorn, brasem en karper zijn er verzot op. Neem gewoon een snede wit brood en rol een bolletje dat je op de haak knijpt. Met brood moet je wel opletten dat je op tijd aanslaat, want het is nogal redelijk snel van de haak af.

CASTER
Een caster is gewoon een verpopte made. Dit is het stadium tussen het made zijn en vlieg worden. Casters zijn normaal een drijvende aassoort, maar door het gewicht van de haak zullen ze toch langzaam zinken. Caster worden vooral geapprecieerd door voorn en brasem. Ook samen met een made, piertje of muggenlarve kan een caster wonderen verrichten.


MAIS
Heel lang was maxefs het ultieme karpervoer- en aas. Na de komst van de boilie is maxefs wat naar de achtergrond geraakt. Eigenlijk geheel onterecht. Maxefs uit een potje of een blikje (vaak zelfs nog met een kleur- en of smaakstof) is xe9xe9n van de meest geliefde aassoorten van zoetwatervissen zoals de brasem, voorn en zeelt. Met wat mais op de haak of hair is al menig karper uit het water gehaald.
Ook als lokvoer (basis of extra erbij) doet mais niet onder voor andere aassoorten.

MADE
Maden, of in de volksmond maaien, zijn de meest gebruikte aassoort in de zoetwater hengelsport. Dit komt vooral omdat men er iedere zoetwatervis mee kan vangen, en natuurlijk de prijs ervan. Een bakje made koopt men al vanaf 20Bfr (1 gulden). Maden kan men krijgen in verschillende kleuren. Oorspronkelijk zijn maden wit gekleurd, maar bij de gekleurde maden (ook discomaden genoemd) voegt men kleurstoffen toe. Zelf kunt u ze kleuren door ze een dag in een madendoos te plaatsen samen met de gewenste poedervormige boiliekleurstof. Onze voorkeur gaat dan ook uit naar de natuurlijke witte maden. In vele clubs en verenigingen is het zelfs verboden om met gekleurde maden te vissen.
Een made hangt men aan de haak door de haakpunt aan de platte zijde, waar zich de twee oogjes bevinden, door het velletje te prikken. Let er vooral op dat u ze niet lek steekt.
Een made is ook goed te gebruiken met andere aassoorten. Dit noemt men dan een speciaaltje. De kleine maden (voermaden) worden net voor het maken van de bollen aan het lokvoer toegevoegd. Voeg er echter niet teveel toe want deze beestjes kruipen je bollen letterlijk in de prak.
Maden bewaar je best ook koel en vooral droog, want eenmaal nat zijn deze beestjes echte ontsnappingsartiesten.

MESTPIER
Mestpieren of wormen zijn een uitstekend aas voor baars, brasem, karper,zeelt of paling. Ook grote voorn lust hier wel pap van. Mestpieren zijn vooral het overwegen waard op de donkere regenachtige dagen, wanneer de vis maar niet wil bijten. Vergeet vooral niet om dan ook een handje mestpieren onder het lokvoer te verknippen.

MUGGENLARVE of VERS DE VASE
Muggenlarven of vers de vase zal iedereen wel kennen. De kleine worden in het lokvoer vermengt, en de grote doet men aan de haak. Het is zeer belangrijk dat men de made vers houdt. Dit kan men doen door ze “uit te rapen of te zeven” en ze vervolgens in zuiver water te zetten in een proper bakje. Dit water moet iedere dag ververst worden. De larven voor onder het lokvoer maakt men best los met wat mergel of droge leem, zodat ze zich regelmatig over het lokvoer verdelen. Eenmaal aan de waterkant moet men opletten dat men ze niet in de volle zon zet, want dan zullen ze vlug gedaan hebben met kronkelen

WORM
Of dauwworm, niet te verwarren met de mestpier. Een makkelijk aas, waar veel vissen gek op zijn. Er zijn diverse verschillende soorten wormen. Een enkele grote worm of een trosje kleinere wormen zijn vooral goed om baars of paling te vangen. Wanneer men een klein stukje van de worm afknipt, wordt hij vanwege de geur die ontstaat nog aantrekkelijker.


By on 17:00
DE RUIS VOORN

Herkenning: De bek is bovenstandig. Voorzijde rugvin duidelijk achter voorzijde buikvinnen.
Verspreiding: Algemeen. Komt voor in ondiepe plantenrijke wateren.
Voedsel: Voornamelijk insecten en insectenlarven, soms plantdelen.
Lengte afgebeelde vis: 35cm
Lengte to circa: 45cm

De ruisvoorn behoort ook tot de familie van de karperachtigen. Indien me zijn Latijnse naam letterlijk vertaald, betekend het roodoog, een misser, omdat zijn oog goudkleurig is en juist de blankvoorn een rode vlek in het oog heeft.

Voorkomen
Ruisvoorns komen meestal voor in scholen. Als men er eentje vangt, zijn er gegarandeerd meer aanwezig. Ze komen meestal voor in meren, plassen en in de polders.

Kenmerken
Het belangrijkste kenmerk van de ruisvoorn zijn de knalrode vinnen.
Het is een groen/bronskleurige vis met een zilverachtige buik. Zijn bek wijst naar boven.

Lengte
Ruisvoorns groeien maar langzaam, na 10 jaar zijn ze nog maar 20 xe1 30cm lang. Exemplaren van 35cm en meer worden zelden gevangen.
Hij kan tot 20 jaar worden.

Paaitijd
De paaitijd ligt tussen mei en juli.

Voeding
De jonge ruisvoorn voedt zich voornamelijk met watervlooien. De oudere ruisvoorn gaat over op insectenlarven, slakjes en kreeftachtige. De ruisvoorn voedt zich bovendien met waterplanten en insecten die op het wateroppervlak vallen.

Aas
Als aas voor de rietvoorn gebruikt men meestal zinkend aas zoals de vlok of een vliegje.

Wanneer – waar – hoe diep ?

Januari – februari:
Dichte scholen rietvoorns staan op de diepste plekken van een water: bij stuwen, havens, bij de kop van kribben. De meeste aanbeten komen tijdens de warmere uren in de middag. Kleine aassoorten zoals pinkies (mini-maden), hennep en broodvlokken vangen het best.

Maart – april
Zeer goede tijd. wanneer het water wordt opgewarmd, trekken de rietvoorns naar de ondiepere gedeelten met een lichte stroming en een grindbodem. Tijdens hoogwater trekken ze naar rustige bochten of ondergelopen weilanden. Met kleine mestpieren vang je nu de grootste exemplaren.

Mei – juni
Al naar gelang de weersgesteldheid valt de paaitijd in deze maanden, wat doorgaans resulteert in slechte vangsten.

Juli
Moeilijke maand. De rietvoorns vinden natuurlijk voedsel in overvloed, trekken veel rond en zijn in alle waterlagen te vinden.

Augustus
Bij hoge temperaturen staan de grote rietvoorns in de snelle stroming. Met een sterk vertraagde aaspresentatie zijn goede vangsten mogelijk

September – oktober
De beste maanden. Vis in gedeelten met een matige stroming, 1,5 meter water en een grindbodem. Ideaal zijn de stromingskanten van kribben. De rietvoorns zijn in uitstekende conditie en bouwen reserves op voor de winter. Rijkelijk en regelmatig bijvoeren zijn voorwaarden om een school op de visplek te houden.

November – december
Met het dalen van de temperatuur trekken de rietvoorns zich steeds meer terug naar diepere watergedeelten (zie januari – februari)


By on 16:55